STG Schoorl

Statuten

Statuten van de IJsclub

1 NAAM EN ZETEL. Artikel 1.

  1. De vereniging draagt de naam: Schoorlse IJsclub.
  2. Zij is gevestigd te Schoorl.

2 RECHTSBEVOEGDHEID. Artikel 2.

De organen van de vereniging als bedoeld in artikel 3 bezitten geen rechtspersoonlijkheid.

3 INRICHTING. Artikel 3.

Organen van de vereniging zijn: het bestuur en de algemene vergadering, de schaatstrainingsgroep zoals vermeld in artikel 22 van deze statuten, alsmede alle overige personen en kommissies die krachtens de statuten door de algemene vergadering of het bestuur belast zijn met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering of het bestuur beslissingsbevoegdheid is toegekend.

4 DUUR EN BOEKJAAR. Artikel 4.

  1. De vereniging is opgericht op twintig maart negentienhonderd zes en veertig.

    Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.

  2. Het boekjaar van de vereniging loopt van een juli tot en met dertig juni van het daaropvolgende jaar.

5 DOEL. Artikel 5.

  1. De vereniging stelt zich ten doel het doen beoefenen en het bevorderen van de schaatssport in al zijn verschijningsvormen.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

    a. zich als lid aan te sluiten bij de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond, in deze statuten nader aan te duiden als: de bond.

    b. wedstrijden en schaatstoertochten te doen houden;

    c. deel te nemen aan de door de bond georganiseerde of goedgekeurde wedstrijden;

    d. trainingen voor leden en aspirantleden te verzorgen;

    e. het in leven roepen en in stand houden van een schaatstrainingsgroep;

    f. het aanleggen en onderhouden van een of meer ijsbaan(ijsbanen);

    g. in overleg met het bestuur van het Gewest Noord-Holland/Utrecht van de bond banen en overstapplaatsen aan te leggen voor toerschaatstochten;

    h. het exploiteren van een elektrisch te verlichten ijsbaan;

    i. evenementen op het gebied van de schaatssport te organiseren;

    j. het houden en organiseren van wedstrijden en evementen op het gebied van die takken van sport, die aanverwant zijn aan de schaatssport; en

    k. alle andere wettige middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

6 LEDEN - ASPIRANTLEDEN - ERELEDEN. Artikel 6.

  1. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de zestienjarige leeftijd hebben bereikt en op hun verzoek als lid door het bestuur zijn toegelaten.
  2. Aspirantleden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de zestienjarige leeftijd nog niet hebben bereikt.
  3. Natuurlijke personen die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt, van wie een van de ouders of wettelijke vertegenwoordigers lid van de vereniging is, komen als gezinslid dezelfde rechten toe als de in lid 1 van dit artikel bedoelde leden.

    Aan gezinsleden komt echter uitdrukkelijk geen stemrecht toe.

    De ouders of wettelijke vertegenwoordigers zijn aansprakelijk voor de door hun pupillen in verenigingsverband verrichte (rechts)handelingen.

  4. Waar verder in deze statuten of in de reglementen gesproken wordt van leden worden daaronder verstaan zowel de leden van de vereniging overeenkomstig het in lid l van dit artikel bepaalde, de aspirantleden in de zin van lid 2 van dit artikel, als de gezinsleden in de zin van lid 3 van dit artikel, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is bepaald of uit het zinsverband blijkt.
  5. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene alsnog door de eerstvolgende plaatsvindende vergadering tot toelating worden besloten.
  6. 0p voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging tot ere-lid of lid van verdienste benoemen.

7 VERPLICHTINGEN. Artikel 7.

  1. De leden zijn verplicht:

    a. de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van de organen, als bedoeld in artikel 3, na te leven;

    b. de statuten en reglementen van de bond, de besluiten van zijn organen, alsmede de door deze bond van toepassing verklaarde wedstrijdbepalingen na te leven;

    c. de belangen van de vereniging en van de bond niet te schaden;

    d. alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke uit het lidmaatschap voortvloeien of welke de vereniging aangaat, voorzover laatstbedoelde verplichtingen betrekking hebben op de leden van de vereniging;

    e. waar in de bepalingen sub b, c en d wordt gesproken van de bond, moet daaronder ook worden begrepen de gewesten van de bond.

  2. Behalve de in deze statuten vermelde verplichtingen kunnen door de vereniging slechts verplichtingen aan de leden worden opgelegd na voorafgaande toestemming van de algemene vergadering.
  3. Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 lid 4, door opzegging van het lidmaatschap te zijnen opzichte uitsluiten.

8 TUCHTRECHTSPRAAK. Artikel 8.

  1. a. In het algemeen zal strafbaar zijn handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.

    b. Tevens zal strafbaar zijn handelen of nalaten in strijd met de wedstrijdbepalingen, alsmede met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de bond, of waardoor de belangen van de bond worden geschaad.

  2. Voorzover deze bevoegdheid niet aan een eigen kommissie, belast met de tuchtrechtspraak, is opgedragen is het bestuur bevoegd om, ingeval van overtredingen als bedoeld in lid 1 onder a, alsmede ingeval van overtreding van de wedstrijdbepalingen, de volgende straffen op te leggen:

    a. berisping; b. tuchtrechtelijke boetes; c. schorsing; d.ontzetting (royement).

  3. Tuchtrechtelijke boetes kunnen worden opgelegd tot ten hoogste in het reglement tuchtrechtspraak vastgestelde maxima.
  4. Schorsingen kunnen worden opgelegd voor ten hoogste in het reglement tuchtrechtspraak door de algemene vergadering vast te stellen maximum perioden. Gedurende de periode dat een lid geschorst is, heeft hij geen toegang tot een algemene vergadering en kan hij aldaar niet aan de stemming deelnemen, terwijl hem bovendien gedurende deze periode ook andere aan het lidmaatschap verbonden rechten kunnen worden ontzegd.
  5. a. Ontzetting (royement) kan alleen worden uitgesproken indien een lid in ernstige mate in strijd met de statuten, reglementen en/of besluiten van de organen van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;

    b. ontzetting (royement) kan slechts bij wijze van tuchtrechtelijke maatregel door het bestuur worden uitgesproken;

    c. nadat het bestuur tot ontzetting (royement) heeft besloten, wordt het betrokken lid ten spoedigste door middel van een aangetekend schrijven van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld;

    d. de betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van deze kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering, die in haar eerstvolgende vergadering met meerderheid beslist. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande, dat de betrokkene voor het voeren van verweer toegang heeft tot de eerstvolgende algemene vergadering en bevoegd is aldaar het woord te voeren. De betrokkene is tevens bevoegd zich in bedoelde vergadering door een raadsman te doen bijstaan.

  6. Ingeval van overtredingen als bedoeld in lid 1 onder b. is het betrokken lid onderworpen aan de bepalingen van het reglement tuchtrechtspraak van de bond, vastgesteld door de bond.

9 GELDMIDDELEN. Artikel 9.

  1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit: a. kontributie van de leden; b. ontvangsten uit wedstrijden; c. andere inkomsten.
  2. a. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van kontributie, welke door de algemene vergadering van tijd tot tijd zal worden vastgesteld. De leden kunnen daartoe in kategorieën worden ingedeeld, die een verschillende kontributie betalen, met dien verstande dat de door de gezinsleden verschuldigde contributie begrepen is in de contributie van hun ouder of wettelijk vertegenwoordiger;

    b. wanneer het lidmaatschap in de loop van het boekjaar eindigt, blijft niettemin de kontributie voor het gehele jaar verschuldigd.

  3. Ere-leden en leden van verdienste zijn vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van kontributie.

10 EINDE LIDMAATSCHAP. Artikel 10.

  1. Het lidmaatschap eindigt: a. door overlijden van het lid; b. door opzegging door het lid; c. door opzegging door het bestuur namens de vereniging; d. door ontzetting (royement) als bepaald in artikel 8 lid 5.

    Behoudens de hiervoor vermelde wijzen van beëindiging van het lidmaatschap zal het gezinslidmaatschap een einde nemen door het bereiken van de zestien jarige leeftijd.

  2. 0opzegging namens de vereniging kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de in deze statuten vermelde vereisten voor het lidmaatschap te voldoen, of wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsmede wanneer van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  3. a. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of namens de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken;

    b. een opzegging in strijd met het onder a. bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum, waartegen was opgezegd.

  4. Een opzegging als bedoeld in artikel 7 lid 3 dient te geschieden binnen een maand nadat het bedoelde besluit aan het lid is bekend geworden of is medegedeeld.
  5. Na het onherroepelijk worden van een door de bond uitgesproken royement, is het bestuur verplicht het lidmaatschap van betreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
  6. Behalve ingeval van overlijden wordt een lid dat heeft opgezegd geacht nog lid te zijn, zolang hij niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen rechten uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.

11 DONATEURS. Artikel 11.

  1. De vereniging kent naast leden ook donateurs.
  2. Donateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen, die door het bestuur als donateur zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging verplichten om jaarlijks een door het bestuur vastgestelde minimum-bijdrage te storten.
  3. Donateurs hebben geen andere rechten of verplichtingen dan die welke hen bij of krachtens de statuten zijn toegekend of opgelegd.
  4. De rechten en verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde door de vereniging door opzegging worden beëindigd, met dien verstande dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
  5. 0opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

12 BESTUUR. Artikel 12.

  1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf personen. De benoeming geschiedt uit de leden.
  2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3.

    Tot het maken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet uiterlijk één week voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

  3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is.
  4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij.in de keus.
  5. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  6. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring behoort van twee of meer bestuursleden, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk tegenover de vereniging, tenzij hij bewijst dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
  7. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  8. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar; wie in een tussentijdse vakature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
  9. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

    a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging; b. door bedanken.

  10. De voorzitter, sekretaris en penningmeester worden door de algemene vergadering in hun funktie gekozen. Het bestuur kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan meer dan één funktie bekleden.
  11. Voorzitter, sekretaris en penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.
  12. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding der vereniging, het voorbereiden der vergaderingen en het uitvoeren van bestuursbesluiten.

13 BESTUURSTAAK. Artikel 13.

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door personen of door kommissies waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en ontslagen. Het bestuur kan aan bedoelde personen of kommissies beslissingsbevoegdheid toekennen, in welk geval die personen of kommissies zijn aan te merken als "orgaan" bedoeld in artikel 3 van deze statuten.
  4. Het bestuur regelt de benoeming, het ontslag en de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de in dienst van de vereniging zijnde personen, met dien verstande, dat de benoeming en het ontslag van de in dienst van de vereniging zijnde trainer is voorbehouden aan de schaatstrainingsgroep, voorzover de leden van deze schaatstrainingsgroep casu quo de schaatstrainingsgroep zelf overeenkomstig deze statuten rechtsgeldig deel uitmaken van dit orgaan casu quo de vereniging.

14 BESTUURSVERGADERING. Artikel 14.

  1. Tenzij het bestuur anders bepaalt, vergadert het bestuur wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.
  2. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, indien geen bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.
  3. a. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, mits voor wat in de vergadering genomen besluiten betreft de meerderheid van de in funktie zijnde bestuursleden aanwezig is;

    b. blanko stemmen worden als niet uitgebracht aangemerkt.

  4. 0ver elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een bestuurslid anders wensen.
  5. In afwijking van hetgeen de Wet dienaangaande bepaalt, is het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat het bestuur een besluit heeft genomen, niet beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  1. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de

sekretaris of een notulist notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld.

15 VERTEGENWOORDIGING. Artikel 15.

  1. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee tezamen handelende leden van het dagelijks bestuur.
  2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden een beroep worden gedaan.
  3. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:

    I. onverminderd het bepaalde onder II het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen een bedrag of waarde van vijfduizend gulden (f.5.000,–) te boven gaande;

    II. a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen;

    b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;

    c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;

    d. het aangaan van dadingen;

    e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden.

    Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

  4. Bestuurleden, aan wie krachtens deze statuten vertegenwoordigingsbevoegdheid

is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit of een besluit van de algemene vergadering is genomen, waarbij tot het aangaan van de betrokken rechtshandeling of rechtshandelingen is besloten.

Overtreding hiervan kan noch door, noch aan de vereniging of de wederpartij worden tegengeworpen.

16 REKENING EN VERANTWOORDING. Artikel 16.

  1. Het bestuur is verplicht van de vermogentoestand van de vereniging zodanig aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur brengt - behoudens verlenging door de algemene vergadering - binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op een algemene vergadering zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van de nodige bescheiden rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Bij gebreke hiervan kan, na verloop van de termijn, ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
  3. a. Tenzij de algemene vergadering op een andere wijze in het toezicht op het bestuur heeft voorzien, kiest de algemene vergadering een kaskommissie, bestaande uit drie leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur;

    b. de leden van de onder a. bedoelde kommissie worden gekozen voor de duur van twee jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aansluitend slechts éénmaal herkiesbaar;

    c. de kaskommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

  4. Degenen die de rekening en verantwoording van het bestuur onderzoeken, kunnen zich voor rekening van de vereniging door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de kommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  5. De opdracht aan de kommissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de verkiezing van een andere kommissie.
  6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge voor alle handelingen, voorzover die uit de jaarstukken blijken.
  7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 tien jaar lang te bewaren.

17 ALGEMENE VERGADERINGEN. Artikel 17.

  1. Jaarlijks zal uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering (jaarvergadering) worden gehouden.
  2. De agenda van deze vergadering bevat ondermeer:

    a. bespreking van de notulen van de vorige algemene vergadering;

    b. jaarverslag van de sekretaris;

    c. behandeling en vaststelling van de jaarstukken;

    d. jaarverslag schaatstrainingsgroep en behandeling en vaststelling van het door deze groep over het afgelopen jaar gevoerde financieel beheer;

    e. vaststelling van de kontributies;

    f. vaststelling van de begroting;

    g. voorziening in vakatures;

    h. rondvraag.

  3. Voorts worden algemene vergaderingen gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  4. a. Het bestuur is op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen, die door alle stemgerechtigde leden in de algemene vergadering kunnen worden uitgebracht, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken;

    b. indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid.

  5. a. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend;

    b. de bijeenroeping geschiedt in het clubblad of middels een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving, zulks onder gelijktijdige vermelding van de agenda, of door middel van een advertentie in tenminste één, ter plaatse waar de vereniging haar zetel heeft, veelgelezen dagblad. Geschiedt de bijeenroeping door middel van een advertentie, dan wordt de agenda voor de leden op een daartoe geschikte plaats ter inzage gelegd en wordt daarvan melding gemaakt in de advertentie.

18 TOEGANG EN BESLUITVORMING ALGEMENE VERGADERING. Artikel 18.

  1. a. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden, voorzover zij niet ten tijde van de vergadering wegens overtreding van het bepaalde in artikel 7 lid 1 onder a. zijn geschorst en alle donateurs;

    b. de algemene vergadering kan tevens toegang verlenen aan andere dan de onder a. van dit lid bedoelde personen.

  2. a. Alleen de leden in de zin van artikel 6 lid 1, van deze statuten zijn stemgerechtigd. Zij brengen ieder één stem uit;

    b. Een lid kan zijn stem niet door een daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen.

  3. a. Tenzij anders in deze statuten is bepaald, worden besluiten genomen met een meerderheid van uitgebrachte geldige stemmen;

    b. onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen;

    c. als ongeldige stemmen worden aangemerkt uitgebrachte stemmen of stembiljetten die, naar het oordeel van de voorzitter:

    1. blanko zijn;
    2. zijn ondertekend;
    3. onleesbaar zijn;
    4. een persoon niet duidelijk aanwijzen:
    5. de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is, tenzij er een vrije verkiezing is;
    6. voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;
    7. meer bevatten dan een duidelijke aanwijziging van de persoon die is bedoeld.
  4. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, over personen schriftelijk, tenzij de voorzitter zonder tegenspraak uit de vergadering een andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.
  5. a. Indien bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden.

    Verkrijgt ook bij deze stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, dan vindt herstemming plaats over de twee personen, die het hoogste aantal stemmen hebben verkregen;

    b. heeft slechts één persoon het hoogste aantal stemmen verkregen, dan vindt herstemming plaats over hem en degene die het op één na hoogste aantal stemmen heeft verkregen.

    Zijn er meer personen die het op één na hoogste aantal stemmen hebben verkregen, dan vindt over hen eerst een tussenstemming plaats om uit te maken wie de kandidaat wordt voor de herstemming;

    c. zowel bij de tussenstemming als bij de herstemming(en) is hij gekozen die de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen.

    Staken bij deze stemming de stemmen, dan beslist het lot.

  6. Indien de stemmen staken over een voorstel dat niet de verkiezing van personen betreft, is het verworpen.
  7. a. Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel, dat een besluit is genomen, is beslissend. Wanneer een voorstel niet schriftelijk is vastgelegd, is diens oordeel over de inhoud van het genomen besluit eveneens beslissend;

    b. indien echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan wordt betwist, dan wordt zonodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

19 BEVOEGDHEDEN ALGEMENE VERGADERING. Artikel 19.

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of door de statuten aan het bestuur of aan enig ander orgaan van de vereniging zij opgedragen.
  2. De algemene vergadering kan personen aanwijzen en kommmissies instellen en aan hen beslissingsbevoegdheid toekennen.
  3. De in lid 2 bedoelde personen en kommissies zijn organen als bedoeld in artikel 3.

20 LEIDING EN NOTULERING ALGEMENE VERGADERING. Artikel 20.

  1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de algemene vergadering daarin zelf.
  2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door de sekretaris of een notulist notulen gemaakt. De notulen worden, na vaststelling door de voorzitter en de notulist, in het clubblad gepubliceerd of op een andere wijze ter kennis van de leden gebracht en worden in de eerstvolgende algemene vergadering besproken.

21 KOMMISSIES EN REGLEMENTEN. Artikel 21.

  1. De algemene vergadering kan voor door haar binnen de grenzen van haar bevoegdheid ingestelde kommissies of door haar benoemde personen, aan wie zij een speciale taak heeft opgedragen, reglementen of instrukties opstellen.

    Deze kommissies of personen kunnen slechts door de algemene vergadering worden opgeheven respectievelijk ontslagen.

    De door de algemene vergadering vastgestelde reglementen of instrukties kunnen alleen door de algemene vergadering worden gewijzigd of opgeheven.

  2. De door het bestuur, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid ingestelde kommissies of benoemde personen kunnen alleen door het bestuur worden opgeheven of ontslagen en de daarbij door het bestuur vastgestelde reglementen of instrukties kunnen alleen door het bestuur worden gewijzigd of opgeheven.
  3. Reglementen of instrukties mogen niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

22 SCHAATSTRAININGSGROEP. Artikel 22.

  1. Om door gerichte training en begeleiding de beoefening van de schaatssport door de leden der vereniging op een hoger niveau te brengen bestaat er sinds september negentienhonderd zeventig als orgaan van de vereniging in de zin van artikel 3 van deze statuten een schaatstrainingsgroep.
  2. Leden van de schaatstrainingsgroep, dienen lid te zijn van de vereniging, de leeftijd van zes jaar te hebben bereikt, zich als zodanig bij het bestuur van de schaatstrainingsgroep te hebben aangemeld en als zodanig door het bestuur van de schaatstrainingsgroep te zijn toegelaten.

    Ingeval van niet­toelating door het bestuur van de schaatstrainingsgroep kan de algemene vergadering der vereniging in zijn eerstvolgende vergadering alsnog tot toelating besluiten.

  3. Het bestuur van de schaatstrainingsgroep, dat belast is met de leiding van deze groep en zorg draagt voor de uitvoering van besluiten van de vereniging die mede betrekking hebben op de schaatstrainingsgroep, bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf leden, te benoemen uit de leden van de schaatstrainingsgroep.
  4. 0p de verkiezing en het funktioneren van de leden van het bestuur van de schaatstrainingsgroep is het bepaalde in artikel 12 van deze statuten van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in dat artikel gesproken wordt van (algemene) vergadering daaronder dient te worden verstaan vergadering van leden van de schaatstrainingsgroep.
  5. De schaatstrainingsgroep is autonoom in zaken, die uitsluitend de schaatstrainingsgroep betreffen en krijgt · hiertoe van het bestuur van de vereniging de benodigde middelen ter beschikking gesteld, met uitdrukkelijke inachtneming van het bepaalde in lid 3 van artikel 15 van deze statuten, alles onverminderd de gehoudenheid van het bestuur van de schaatstrainingsgroep tot volledige rekening en verantwoording op de jaarvergadering van de vereniging en de verplichting tot het dulden van een kontrole door de kaskommissie der vereniging.
  6. Met het oog op het bepaalde in lid 3 van artikel 13 van deze statuten, treden de vertegenwoordigingsbevoegde bestuursleden der vereniging in zaken de schaatstrainingsgroep betreffende in en buiten rechte op, dan wel dient door de vertegenwoordigingsbevoegde bestuursleden volmacht te worden verleend aan de bestuursleden der schaatstrainingsgroep om in en buiten rechte te kunnen optreden.
  7. 0p bestuursvergaderingen van de schaatstrainingsgroep is het bepaalde in artikel 14 van deze statuten onverkort van toepassing.
  8. Indien het aantal bestuursleden van de schaatstrainingsgroep beneden de vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht het bestuur van de vereniging hiervan onverwijld in kennis te stellen, teneinde in de vakature(s) te kunnen voorzien door het bijeenroepen van een algemene vergadering van de vereniging.
  9. Behoudens vergaderingen over zaken die specifiek en uitsluitend de schaatstrainingsgroep betreffen, vergaderen de leden van de schaatstrainingsgroep gezamenlijk met de leden van de vereniging; derhalve is het bepaalde in de artikelen 17 en 18 ten aanzien van de schaatstrainingsgroep onverkort van toepassing, met dien verstande, dat voor de zaken in lid 4 van dit artikel en andere zaken uitsluitend de schaatstrainingsgroep betreffende alleen stemrecht toekomt aan de leden van de schaatstrainingsgroep.
  10. In afwijking van het overigens in deze statuten bepaalde kan het hiervoor met betrekking tot de schaatstrainingsgroep bepaalde slechts worden gewijzigd en kan tot opheffing van de schaatstrainingsgroep eerst worden besloten door een besluit van de algemene vergadering van de leden der vereniging, welke vergadering speciaal daartoe dient te worden opgeroepen overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van artikel 23 met overeenkomstige toepassing van lid 3 van artikel 23.
  11. Voor het verder funktioneren van de schaatstrainingsgroep kunnen door de algemene vergadering van de leden der vereniging reglementen worden opgesteld, die niet in strijd mogen zijn met de Wet of deze statuten.

23 STATUTENWIJZIGING. Artikel 23.

  1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

    Bovendien wordt de voorgestelde wijziging tenminste veertien dagen voor de vergadering in het clubblad gepubliceerd en/of een afschrift hiervan op diens verzoek aan een lid ter beschikking gesteld.

  3. a. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is.

    Indien geen twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.

    b. Een besluit tot statutenwijziging behoeft bovendien voorafgaande goedkeuring van het bondsbestuur, zolang de vereniging lid van de bond is.

  4. a. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat voldaan is aan het in lid 3 onder b, bepaalde en van de statutenwijziging een notariële akte is opgemaakt. Van dit tijdstip wordt mededeling gedaan in het clubblad.

    b. Ieder bestuurslid is afzonderlijk tot het doen verlijden van deze akte bevoegd.

24 ONTBINDING EN VEREFFENING. Artikel 24.

  1. De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen met tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen in een vergadering waarin tenminste drie/vierde van de stemgerechtigde leden aanwezig is.
  2. Het bepaalde in de leden 2 en 3 van artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.
  3. Indien bij het besluit tot ontbinding geen vereffenaars zijn aangewezen, dan geschiedt de vereffening door het bestuur.
  4. Een eventueel batig saldo zal niet vervallen aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid zijn, maar aan een alsdan door de algemene vergadering aan te wijzen instelling, welke zich ten doel stelt de sportbeoefening door het Nederlandse volk te bevorderen.
  5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.

    Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voorzover mogelijk van kracht.

    In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in likwidatie".